De taal is een kameleon

De taal is een kameleon. Hij verandert waar je bij staat. Verloedering volgens preciezen. Natuurlijke aanpassing volgens rekkelijken.
Na-apen, om nog even bij de dieren te blijven, is de smeerolie van de taalverandering. Hoor je een nieuwe term vaak genoeg, dan wordt het ongemerkt deel van je vocabulaire.

De eerste keer dat ik een voetbalcommentator hoorde praten over de bovenliggende partij was ik geshockeerd. ‘Die heeft net porno zitten kijken!’, dacht ik. Later was er geen sportuitzending waarin de bovenliggende partij niet voorbijkwam. Ik verdenk de commentator allang niet meer van schunnigheid, maar verwijt de hardnekkige associaties bij deze uitdrukking geheel en al aan mijzelf.

Het is een kwestie van tijd dat ik me niet meer verbaas over hun kunnen, de huis en de meisje.
Waar ik liever niet aan wen, is de verengelsing van onze taal, al moet ik er direct aan toevoegen dat ik (ook) op dit punt verre van consequent ben. Ik verrek het om naar een sale te gaan, maar heb niets tegen shoppen. Gisteren, tijdens het schrijven van content voor een website kon ik geen Nederlands woord bedenken voor retail.

De jeugd heeft de literatuur herontdekt, joechei, maar leest alleen in het Engels. Het Nederlands is ouderwets en boeit jongeren niet, volgens onderzoek van de Nederlandse Taalunie.

Gisteren zat ik in de trein en ving ik (ongewild) flarden uit een gesprek op:

Meisje 1: Cap, die fit staat je no way!
Meisje 2: Shut the fuck up zeg. Kijk naar je eigen fit. Die is behoorlijk outdated.
Meisje 1: Relax joh. Hate to see it als je zo fucked up doet.
Meisje 2: Alsof jij alleen maar loopt te shinen…