Het dagboek van meneer L

Ik ben meneer L. Vandaag begin ik aan een dagboek.

Ik begon wel eens eerder aan een dagboek, maar de drang om belevenissen en diepzinnige gedachten vast te leggen, vervloog steeds voor ik goed en wel op gang kwam. Vandaag kwam ik tot het inzicht dat een dagboek, athans in mijn geval, beslist een doel moet hebben. Ontbreekt dat, dan krijgen luiheid en uitstelgedrag snel vat op me. Met een helder doel voor ogen ben ik niet te houden. Daarom beschouw ik het schrijven in mijn dagboek voortaan als schrijfgymnastiek.

De aanleiding trouwens, om weer aan een dagboek te beginnen, is het boek dat ik lees: ‘Niemand bleef. Dagboek van meneer B. 2005-2011’ van Alfred Birney.
Birney, winnaar van de Libris-literatuurprijs in 2016 met het aangrijpende 'De tolk van Java', beschrijft in 'Niemand bleef' de beslommeringen en overpeinzingen van B.

Meneer B. is schrijver en revalideert na een hartaanval. Laat zijn conditie het toe, dan fietst hij naar "het gedrocht Scheveningen" voor een harinkje. Die is echter niet meer wat het geweest is en datzelfde vindt B. van de visverkoopsters. Meneer B. vult zijn dagen verder met mopperen, fantaseren over buurvrouwen en mijmeren over vergane liefdes. Af en toe 'krast'hij wat in manuscripten.

In een interview las ik dat Birney Meneer B. als een karikatuur van zichzelf had geschreven. Zo kon hij tijdens het revalideren om zichzelf blijven lachen.
Slimme man, die Birney. Ik denk dat iedereen dat zou moeten doen, jezelf als een karakter beschouwen en daar smakelijk om lachen.