# Foutloze webteksten

Taal- en spelfouten halveren de verkoop van webwinkels

Charles Duncombe, een belangrijke Britse ondernemer met diverse webwinkels, beweert dat één taal- of spelfout de verkoop van een product of dienst kan halveren. Hij komt tot deze conclusie na een analyse van zijn website-statistieken. Volgens de Brit is slechte spelling een serieus probleem voor de online-economie.

Het Oxford Internet Institute van de universiteit aldaar meent dat slecht taalgebruik op websites de geloofwaardigheid van de ondernemer aantast. Dit is ook de uitkomst van onderzoek van de Utrechtse universiteit naar het effect van taalfouten op de tekstwaardering.



Wat vinden zoekmachines van taalfouten?

Daar kunnen we kort over zijn. Taalfouten zijn slecht voor je positie in de zoekresultaten. Dit komt omdat zoekmachines als Google voortdurend proberen te achterhalen of een site waardevol is. Daarvoor gelden verschillende criteria, maar taalgebruik is een belangrijke. Dubieuze of minder waardevolle sites bevatten in het algemeen meer taalfouten, waardoor de zoekmachines ze als minder interessant markeren.




Menselijk

Typ-, spel- en taalfouten: de één ziet ze niet en bij de ander leiden ze tot kromme tenen. Ik hoor bij de laatste categorie en erger me regelmatig aan fouten op websites en andere media. Aan de andere kant - het zou me veel tijd besparen als het anders was - maak ik ze zelf helaas ook. Hoewel het wel goed zit met mijn taalvaardigheid, ontdek ik in mijn (concept)teksten regelmatig slordigheden, als een dubbel getypt of juist ontbrekend woord. Daarom zweer ik bij mijn mantra: controleer, controleer, controleer!



Tips

1. De smurfenregel. Wordt ik of word zij? Bang voor veelvoorkomende dt-fouten? Doe net als deze blauwe wensentjes en vervang het desbetreffende werkwoord door ‘smurfen’. Hierdoor ‘hoor’ je vanzelf of het werkwoord een ‘t’ krijgt op het eind. Twijfel je bijvoorbeeld tussen ‘hij word’ en ‘hij wordt’? Maak er ‘smurf’ van en je krijgt: hij smurft en dus ook hij wordt. (De ‘d’ hoort sowieso bij het werkwoord.)


2. Het kofschip. Een gouwe ouwe uit de schoolbanken. Dit ezelsbruggetje is nuttig bij het spellen van het voltooid deelwoord en woorden in de verleden tijd. Schrijf je: ‘ik heb geluncht’ of ‘ik heb gelunchd’? Neem de stam van het werkwoord (dit is het hele werkwoord zonder de uitgang -en). Dat is in dit geval dus ‘lunch’. Eindigt deze (of strikt genomen: de klank hiervan) op een van de medeklinkers, die voorkomen in ’t kofschip (t, k, f, s, ch, of p)? In dat geval schrijf je de verleden tijd en het voltooid deelwoord met een t. Dus: lunchte en heeft geluncht. In plaats van ’t kofschip kun je ook ’t fokschaap onthouden, als je dat makkelijker onthoudt. (Smurfenregel!)


3. Lees hardop
Als je intensief bezig bent met een stuk tekst, ontstaan gemakkelijk blinde vlekken voor fouten. Die vallen echter sneller op als je de tekst hardop leest. Gebruik je Microsoft Word, dan kun je de tekst via de computer laten voorlezen. Je vindt die functie onder het tabblad ‘controleren’.


4. Bij de geringste twijfel: checken dat woord!
De spellingcontrole van je tekstprogramma is nuttig, omdat het waarschuwt voor uitglijders. Het is echter niet zaligmakend. Vaak is het raadzaam om er al dan niet digitaal een woordenboek op na te slaan. Sites als spelcheck.nl of taaladvies.net kunnen je ook vaak uit de brand helpen.


5. Leg de tekst even weg, neem een (flinke) pauze

Het ‘blindevlekken-fenomeen’ is al genoemd. Zit je een poos op een en dezelfde tekst te turen, dan raken je hersenen gewend aan de fouten die erin voorkomen. Wat daartegen helpt is een ‘break’. Ga lekker lunchen of maak een wandeling. Geheid (of is het gehijt?) zie je daarna wat er schort aan de tekst.









leffers teksten is aangesloten bij tekstnet, beroepsvereniging voor tekstschrijvers